zondag 27 juli 2014

Over uilenzeik en bounty-eilanden

Van oververhitting is geen sprake in huize Eetplezier. Met gesloten luiken en een miniem activiteitenprogramma was het best te doen. Vanzelfsprekend leef ik mee met alle mensen die onder deze licht-tropische omstandigheden zwaar lichamelijk werk hebben te doen; alle andere personen met redelijk normale functies moeten niet zeuren. Blootshoofds, gezeten op een niet vooruit te branden kameel, in de eindeloze zandduinen van Timboektoe, dan heb je recht van spreken. Nu niet, geen flauwekul, het gras is nog groen, de bomen dragen nog bladeren en wij mensen zijn in het gelukkige bezit van airco's, ventilatoren, climat controls en meer van dat soort commerciële ongein. Kom daar maar eens om in de binnenlanden van Zimbabwe.

En hoe het met mijn daadwerkelijke eetplezier gesteld is? Ook niets te klagen. Geen boerenkool op het menu, dat moge duidelijk zijn, maar een fijne bak malse kropsla met gebakken aardappeltjes en een gekookt eitje gaat er altijd nog prima in. De riz nicoise  trouwens ook. En niet te vergeten de bij elk hitteplan onmisbare salade van watermeloen met feta. Oké, je moet een beetje durven afwijken van je conventionele eetpatroon, maar daarmee overleef je dan ook de meest pittige hitte-veldslag. Afgelopen donderdag, toen de thermometers weer redelijk normale waarden aangaven, aten we gewoon weer een lekker kerriesoepje en vrijdag babi ketjap met sambal boontjes. Je mag me er voor wakker maken.

Voldoende drinken is een heel ander verhaal. Dat doe ik niet. Ik drink wel. Een beetje. Het houdt op na een half glas. Water welteverstaan. Ik kan er maar niet aan wennen, zo'n slok die he-le-maal nergens naar smaakt, rustig van boven naar beneden laten glijden. Om over al die iso-, sport,- en energiedrankjes maar te zwijgen. Stuk voor stuk lijken ze op dubieuze mengsels tussen uilenzeik en heksenkots. Lamaar, ik drink mijn eigen theetje wel. 's Morgens, 's middags en tijdens het achtuurjournaal nog een kopje. Dat is het wel, veel te weinig dus. En dat is uitermate slecht voor de gezondheid, zeggen de jongens en meisjes van het RIVM. Dat is de organisatie die destijds zo'n prima oplossing bedacht hadden voor de Mexicaanse griep. Die ja. Ik geloof dat ik ze maar een beetje laat zwammen. Hoewel we er wel bedacht op dienen te zijn dat de on-Nederlandse hitte van de afgelopen week met name bij onze oudere en kwetsbare medemens een behoorlijke aanslag pleegt op hun algehele gesteldheid. Laten we daar met z'n allen vooral een beetje alert op zijn. Die eenzame buurvrouw woont vaak zó akelig dichtbij.

Gelukkig ligt Nederland op het noordelijk halfrond en is extreme warmte altijd maar van korte duur. Zodra Piet Paulusma over "hier en daar een buitje" begint, halen we opgelucht adem. Want daar zijn we met z'n allen toch het meest aan gewend geraakt: Hollandse wolkenluchten, een kletsnatte kruin als er een onverwachts wolkje over trekt en een gematigde temperatuur waarbij je ongestoord je ding kunt doen. Zo zijn wij. Want alleen op die manier kunnen we ten minste zonder scrupules blijven verlangen naar die geldverslindende vakantie op dat zinderende Bounty-eiland. Alwaar wij ons helemaal te pletter zweten, maar waarover wij bij thuiskomst geen onvertogen woord zullen laten vallen, als de achterblijvers bezorgd vragen hoe we het gehad hebben. Te warm? Hoe komen ze erbij? Dat is toch juist heerlijk?
 

dinsdag 22 juli 2014

Bosbessenijs

 
Ook al ben ik geen ijsfanaat ten voeten uit, (ik bedoel: ik zie mezelf niet zo gauw op zijn Amerikaans een half litertje naar binnen lepelen), met de weersomstandigheden van de afgelopen week wil een zelfbereid ijsje me toch uitermate bekoren.

Dit is een variant op het aardbeienijs op Carolines blog. Ook lekker, maar ik ben meer van de bosbessen. Het werd een heerlijk, romig ijsje. En het maken is zó simpel, daar hoeft echt geen zweetdruppel voor aan te pas komen. Iedereen die druk aan het werk is geweest, oververhit is geraakt en niets anders dan verkoeling wil: eat your heart out!

Ingrediënten:
350 g bosbessen
1 blik gezoete, gecondenseerde melk
 250 ml slagroom

Bereidingswijze:
Was de bosbessen en laat ze goed uitlekken.
Pureer ze met de staafmixer.
Vermeng de vruchtenpuree met de gecondenseerde melk.
Klop de slagroom luchtig (vooral niet stijf) en spatel de room door de bessenpuree met de melk.
Laat alles in de koelkast door en door koud worden.
Giet het mengsel in de draaiende ijsmachine en laat het ijs draaien tot het klaar is.
Schep het in een diepvriesdoos en bewaar tot gebruik in de vriezer.



dinsdag 15 juli 2014

Over dromen en citroenen

Hoe komt het toch dat sommige mensen zich zo heerlijk doelgericht in het NU weten te manifesteren en anderen in een permanente staat van afwezigheid verkeren? Ik schaar mezelf onder die laatste groep, de onverbeterlijke dromers. Als een blind paard huppel ik door mijn woonplaats. Geen mens die ik herken als ze niet eerst keihard mijn naam door de straten loeien. Al menig, verontwaardigde kennis/vriend/vriendin/collega heeft reeds een hartig woordje met me gewisseld.

Waarmee ik zeker niet wil zeggen dat alle tevredenheid in mij op de vlucht geslagen is. Verre van dat, geef mij een pot thee, pen, papier en een bundeltje zonnestralen en ik ben gelukkig. Maar toch .... achter mijn oogleden voltrekken er zich taferelen die regelrecht uit een sprookjesboek lijken te zijn geplukt. Goudgele graanvelden, waar ik me als een soort Alice in Wonderland, doorheen wurm. Schuimende waterkolommen die me in hun woeste drift meevoeren naar groen-blauwe oases. Tropische eilanden waar de bounty's aan de bomen groeien. Dat soort gedachtengangen. Ze ontstaan vanzelf tijdens het strijken, tijdens het koken, ja, wanneer niet eigenlijk? Even weg uit die gezapige sfeer, die vette, Zeeuwse klei die aan mijn voetzolen blijft plakken. 

Vanmiddag deed ik een rondje door mijn geliefde stukje Zeeland. Hoog boven me vertoont de hemel zijn typisch Hollandse zomerluchten. In de bermen uitbundig bloeiende zuring, wilde kamille en statig uitziende berenklauwen. De schapen op de dijken staken voor even hun grazende activiteiten en kijken me verwonderd na, als ik ze groet. "Dag schaap", roep ik vrolijk, terwijl ik in de verte de contouren zie opdoemen van de kerktorens van Kapelle en Wemeldinge. Op de Kattendijksedijk ligt het zoute laken van de Oosterschelde er stilletjes bij. De zon tovert veelkleurige diamantjes op het wateroppervlak. Geen witte zeilen, geen zwemmers. Zeeland is op deze doordeweekse dag, zo vlak voor het hoogseizoen losbarst, voor even nog in diepe rust.
                                                 
Even verderop steekt de bloemenpracht van welig tierende boerenjasmijn en roze hortensia prachtig af tegen diepzwart geteerde boerenschuren. Ondanks al het moois dat aan mij voorbij trekt, voel ik dat ik toch weer begin te dromen. Dat ik een ander ben. Dat ik in een fijn, warm land woon.  Met smaragdgroene heuvels en azuurblauwe meren. Overal om me heen groeien olijven, tomaten, citroenen en druiven. En dat ik dan in een statig wit buitenhuis woon met hectares land erom heen. Veel bomen ook, gebladerde monumenten die de tand des tijds onverzettelijk hebben weten te weerstaan. Als de zon op zijn hoogst staat, kan ik me in hun schaduw nestelen.  Eindeloze grasvelden. De lucht is vervuld van de heerlijkste kruidengeuren: salie, rozemarijn, oregano.

De keuken van mijn huis heeft ballroom-achtige afmetingen. Met in het midden een doorleefde achtpersoonstafel en naast het granieten aanrecht een imposante AGA, die dag en nacht brandt. Koele, glanzende tegels op de vloer. Uit de oven komt de geur van een geurige ossobuccoschotel. Ik sla de botermalse slablaadjes droog, snijd dieprode, zongerijpte tomaten in plakjes en garneer ze met zojuist geplukte basilicum. Ik neurie een liedje. Over dromen die bedrog zijn. Over wakker worden, je adem te voelen en je gezicht te zien. En dromen die gewoon naast je liggen. Zomaar, voor het pakken.

Ik ontwaak. Temidden van Zeeuwse velden vol wuivend vlas. Gatverdamme, laat ik nu in hemelsnaam niet afsluiten met valse sentimenten. Niks voor mij. Ik kan bij tijd en wijle misschien een beetje vaag typetje lijken, ik blijf wel een controlfreak en vaar graag rechte koers in de soms woelige levenszeeën. Hoofdzaken heb ik inmiddels aardig weten te scheiden van de bijzaken. Wellicht dat ik daarom zo vaak in gedachten ben. Om te peinzen. En te dromen. Want dromen moet je koesteren, anders worden het vanzelf nachtmerries. 
  

zondag 13 juli 2014

Spinazielasagne met mascarpone en tomatensaus

Laat ik beginnen met jullie te vertellen dat ik echt een heel lieve, zorgzame partner heb. Hij heeft bijvoorbeeld het volledige beheer over de Thuisbakkerij en vervult die rol met verve. Altijd heerlijk vers, zelfgebakken brood is een heuse luxe. Alle klusjes in huis zijn al gebeurd vóór ik twee maal met mijn ogen heb kunnen knipperen. Ook op digitaal gebied zorgt hij dat de fabriek soepeltjes blijft draaien. (Persoonlijk zou ik me tot mijn einde blijven vastklampen aan de allereerste versie van Windows. Zolang programma's maar gewoon doen wat ik voor ogen heb, hoeven al die veranderingen niet voor mij). En last but not least: als ik me ziek, zwak of misselijk voel zorgt hij liefdevol voor de sinaasappeltjes én de kippensoep. Tot zover het goede nieuws. Dan nu het slechte. Hij is een man. Een echte man. En dat soort kun je beter niet om boodschappen sturen. Of ze kopen veel te veel. Of te weinig. Of compleet nutteloze zaken. Of allemaal dingen die niet, ik herhaal: niet, op het lijstje staan.

Ik had het al gezegd, toch? Ik heb een schat van een man. Echt waar. Vanmorgen vertrok hij monter naar zijn grote, blauwe vijand. Die met de hamsters. Hij deed boodschappen en keek, zoals gebruikelijk, niet naar hoeveelheden, data of etiketten. Supermarkten zijn een soort van gevangenissen waar je zo snel mogelijk dient uit te geraken. 

Dan zit je dus met een zak spinazie die óp de datum is. Ik zag het direct aan de stand van de bladeren. Geen gepieker wat even we vanavond. Er moest spinazie in, zoveel was duidelijk.
In het verleden maakte ik vaak de met spinazie gevulde pastaschelpen en tomatensaus van Nigella Lawson. Dit is een variatie erop. Eerlijk gezegd was ik bang dat de spinazie met de mascarpone niet voldoende “stevig” zou worden, maar dat bleek een misvatting. Het werd een keurig gerecht.

Ingrediënten:
250 gr lasagnebladen (voorgekookt)
500 gr spinazie
2 uien
1 teen knoflook
250 gr mascarpone
100 gram geraspte parmezaanse kaas
2 blikken tomaten
4 à 5 verse tomaten
handvol zwarte olijven
3 eetlepels olijfolie
beetje suiker
zout/versgemalen peper/oregano

Bereidingswijze:
Begin met het maken van de tomatensaus.
Snijd de uien en fruit ze zachtjes aan in de olijfolie tot ze zacht zijn.
Plet de knoflook en bak deze op het laatst even mee. Pas op voor verbranden!
Leg de verse tomaten in kokend water, spoel ze af met koud water en ontdoe ze van het velletje.
Snijd de tomaten in stukjes.
Doe de blikken én de verse tomaten bij de uien, voeg zout, peper, suiker en oregano toe en doe het deksel op de pan.
Laat dit minstens een half uur zacht pruttelen tot het is ingedikt.

Verwarm de oven voor op 200 graden. 

Laat de spinazie met zout in een pan of wok snel slinken. Giet hem af.
Hak of blender deze en schep hem in een schaal.
Voeg nu de mascarpone toe en meng alles goed door elkaar. 

Gebruik een ovenschaal waar de lasagnebladen het beste in passen. Ik gebruikte de koelverse van de Lidl en die vind ik persoonlijk qua formaat veel gemakkelijker dan die van Appie.
Smeer op de bodem van de schaal een dikke laag tomatensaus.
Leg er de lasagnebladen op.
Vervolg met een laag spinazie-mascarponemengsel, waarop je een beetje parmezaanse kaas en peper strooit.
Dek af met lasagnebladen.
Herhaal deze stappen, tot alles op is.
Eindig weer met een dikke laag tomatensaus en strooi hier nog wat parmezaanse kaas over, tezamen de olijven.

Zet in de oven. Bak de lasagne circa 30 minuten.



woensdag 9 juli 2014

Is de app Horeca inspectiekaart een broodje aap?

Potverpielekes, wat kan een mens zich soms belazerd voelen. Belazerd, in de zin van bedonderd, voor de gek gehouden. Waar gaat het om, mevrouw Eetplezier? Vertel, vertel, zodat wij u snel psycho-sociale hulp kunnen aanbieden.

Oké, als jullie het zo graag willen weten .... Al meer dan een jaar verkondigt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit dat zij meer transparantie wil bewerkstelligen met betrekking tot de hygiënische omstandigheden in horecagelegenheden. De consument zou in de toekomst altijd moeten kunnen zien naar welk restaurant hij/zij het best zou kunnen gaan. Zonder gevaar voor eigen leven, als ik het zo mag duiden. De inspecteurs van de NVWA komen toch regelmatig langs, dus waarom niet meteen openheid van zaken geven aan de consument? Ja, waarom eigenlijk niet? Ik vroeg het me al jaren af.

Enfin, afgelopen maandag was het dan na veel gekwetter en gemekker eindelijk zover. De app Horeca inspectiekaart zag het levenslicht. Zie http://www.inspectieresultaten.vwa.nl/iframe/inspectieresultaten.html
Vooralsnog werd begonnen met de lunchrooms. Dat niet alle 45.000 gelegenheden in één keer  in kaart gebracht kunnen worden, moge duidelijk zijn. Alle begrip daarvoor, je moet ergens beginnen tenslotte. Tot zover iedereen blij. Eindelijk garanties vooraf. Nooit meer fris-bruin opgekrulde slablaadjes tussen je broodje en al helemaal geen kippenveltaferelen als je op een kwade dag besluit de bestanddelen van je lunch eens kritisch te analyseren en je vervolgens op een slak, kakkerlak of haar stuit.  Check vooraf de app en je bent verzekerd van een perfect broodje, bereid onder optimale hygiënische omstandigheden.

Het is simpel. Er wordt gewerkt met drie kleuren. Groen. Oranje. Rood. Die kleuren spreken voor zich. Op de kaart staan in totaal 878 lunchrooms met een groene kleur. Er zijn er 32 oranje. Betreffende ondernemers laten dus een - hygiënisch - steekje vallen. En hoeveel scoren er dan rood, mevrouw Eetplezier? Goeie vraag van jullie. Het antwoord is: niet één. Geen enkele van de tot nu toe door de NVWA bezochte lunchroom of broodjeszaak, scoort een onvoldoende. Mag ik dat op zijn zachtst gezegd vreemd noemen? Ja, dat mag ik.

Dat er vervolgens nog wel een fiks aantal locaties bezocht dienen te worden (deze bezitten op de kaart een witte of blanco kleur), doet m.i. niets af aan het feit dat liefst 910 lunchrooms wél zijn bezocht en volgens de NVWA in meer of mindere mate worden goedgekeurd.

Vervolgens dringt zich de vraag op: zegt dat iets over de standaard hygiënische omstandigheden waaronder broodjesverkopers zich scharen of spreekt het wellicht boekdelen over het consument misleidende beleid dat de NVWA voert? Het is toch godsonmogelijk dat er bij dit soort aantallen slechts 32 zaken zijn waar eventueel iets verbeterd zou kunnen worden?

Laat me niet lachen, dames en heren NVWA. Misschien ben ik niet in het bezit van de juiste titel en/of opleiding, heb ik in de afgelopen dertig jaar niet meer dan pakweg vijftig lunchrooms bezocht, maar ik durf u te verzekeren dat ik in veel van deze zaken taferelen gezien heb die bij mij de haren ten berge doen rijzen. U zegt? Ik zou naar laagdrempelige horecagelegenheden gaan? Gelukkig kan ik u ook daarin geruststellen. Mijn voorkeur gaat uit naar ordentelijk uitziende gelegenheden met een frisse, moderne entourage. Helaas is mijn ervaring dat een heldere buitenkant niet per se synoniem hoeft te staan met een propere werkwijze.

Het spijt me, ik geloof niet in een app die slechts globale informatie en/geen exacte details prijs geeft. Ik wil niet als een klein kind (lees: onnozele consument) het bos in gestuurd worden. Waarom moeten uitgevoerde controles altijd met zoveel geheimzinnigheid omsluierd worden? Waarom mag ik niet gewoon de inspectierapporten inzien? Wat is er mis met volledige openheid van zaken? Waar geen rook is, is ook geen vuur en valt er niets te vrezen, toch? Op deze manier wordt een schijntransparantie gecreëerd waar noch de horeca-ondernemer noch de consument bij gebaat is. Helder als glas, dat zou transparantie moeten zijn. Bij de NVWA maken ze er melkglas van. En daar valt jammer genoeg niet doorheen te kijken.

Voor iedereen die zelf een oordeel wil vellen: de app is er voor iOS en Android en is gratis te downloaden in de App Store en de Play Store.

zondag 6 juli 2014

Over regendruppels en nachtelijke avonturen

Regen? Hoor ik dat nu goed? Zijn dat echt regendruppels die ik tegen de trottoirtegels omhoog hoor spetteren? Het is niet waar. Op deze spannende zaterdag, waarop Nederland zijn reputatie als voetbalnatie dient hoog te houden, gaat het allemaal heel anders dan gepland. Flinke plensbuien trekken na lange tijd van droogte over Zeeland. De bloemen zijn blij; ik iets minder. Mijn geplande buitenactiviteiten komen bovenaan op de bucket list. Wat nu?

Waar ieder ander geen moeite kent om vrije zaterdagen op te vullen, strekt dit begin van het weekend zich nu even verloren voor me uit.  Met een lijf dat enige overeenkomsten vertoont met een wankele bouwval ben ik voor altijd vrijgesteld van sportactiviteiten. De zaterdagse boodschappen heb ik op vrijdag al binnen gehaald. Geen enkel stukje was- of strijkgoed in de mand. Er zijn artistieke lieden die op zulke momenten wonderbaarlijk mooie creaties weten te fabriceren  Het is aan mij allemaal niet besteed. Laat mij een olifant tekenen en het wordt een fluitketel. Een eenvoudig te maken kussensloop wordt een XXL onderbroek. Zonder pijpen.

Gelukkig ben ik goeie maatjes met mijn koel- of provisiekast. Zij hebben altijd wel tijdverdrijvende elementen te bieden. Ik ga neuriënd aan de slag, met het prettige stemgeluid van Frits Spits op de achtergrond die zijn Taalstaat presenteert. Knutselen in de keuken en toveren met taal, het zijn toch eigenlijk wel de meest spraakmakende bezigheden in mijn bestaan. Ik hoor jullie denken.
Off we go dan maar. Oven op 180°. Biologische bietjes in alufolie wikkelen en hup de warmte in. Koken doe ik deze dieprode rakkers al jaren niet meer. Geroosterd in de oven zijn ze zó veel lekkerder. Dan is de grote basilicumplant aan de beurt. Gekocht voor € 1,20 bij mijn vaste Islamitische winkel. Ik ontdoe haar van dauwverse blaadjes, was ze en sla ze zorgvuldig droog in de slacentrifuge. Pijnboompitten in de koekenpan. Jullie snappen ondertussen wat het moet worden. (Les 1 voor elke beginnende schrijver: onderschat je lezers nooit). Pesto zonder kunstmatige toevoegingen dus. Basilicum, pijnboompitten, Parmezaanse kaas, knoflook, olijfolie. That’s it.
Als de bietjes na een uurtje ovenwarmte gaar zijn, wrijf ik met mijn vuurvaste handen snel het velletje eraf. Bosuitje. Appeltje. Augurkje. Hak, hak, hak. Lepeltje yoghurt en mayo, zout, peper, mosterd en citroen. Of zoals ouwe trouwe Cas zou zeggen: voilá, bietjessalade!
Lunchen doe ik met zelfgebakken broodjes (de Thuisbakkerij is op vrijdag actief), die ik besmeer met een restje auberginepuree en daarbovenop  een ferme laag huisgemaakte tzatziki. Teveel knof, maar geen nood, ik hoef de deur niet uit zolang het regent. Rode bessen en wilde perziken na.
’s Middags is er culipost van Boska. Alles om homemade mozzarella te maken. Leuk! Vandaag komt er niet meer van, maar als ex-kaasmaakhulpvrouw ga ik het zeker proberen. Wel nog even die buffel zien te vangen. En zien te melken. Dat wordt nog een hele klus.
Als we aan het eind van de middag aan tafel zitten, loeren Man en ik  met een zijdelingse blik naar België-Argentinie. Het andere oog is begerig gericht op de voortreffelijke rozemarijnaardappeltjes uit de oven, aangevuld met de bietjessalade. Nóóit met het bord op schoot eten, hoor ik mam in vaste overtuiging roepen. Wij houden er een stijve nek aan over. En een gedeukt loyaliteitsgevoel, want stiekem weg juich ik óók een beetje voor de buren.
Op de valreep van deze ietwat onbeduidende dag komt alles goed. Met een bloedstollende, nachtelijke happening. Temperament en sportief venijn gaan hand in daar in het verre Salvador. Middels onze kijkdozen ben ik er, samen met nog 7,5 miljoen medelanders, gewoon bij. Spanning en sensatie alom. Een mens zou er honger van krijgen. Maar omdat er na elven in huize Eetplezier niets meer geserveerd wordt dat tot verteringsproblemen zou kunnen leiden, ben ik genoodzaakt te gaan kluiven aan mezelf. Minuscule stukjes onderlip en vinger vinden een weg naar binnen. Mijn adrenalinespiegel stijgt tot boven het kookpunt en er ontwikkelen zich rookpluimen uit mijn oren. De tijd schrijdt o zo langzaam voort.

Om tien over half een voltrekt zich dan uiteindelijk de ontknoping. Tim krijgt een dikke, vette Krul onder zijn huiswerk. Goed gedaan, jochie. Terwijl het feestgedruis nagalmt in mijn oren, leg ik volledig gerustgesteld het doorgedraaide hoofd te ruste. Een minzaam glimlachje speelt om mijn mond. Dit is Nederland ten voeten uit. Veel regen en toch niet nat. Olé.


donderdag 3 juli 2014

Espresso sorbetijs

 
En daar was-ie dan: de ZON. Ook zo genoten van een dag als vandaag? Mooi.
Morgen nog zo één, dus genieten maar zolang het duurt.

Wat is er op aan het eind van zo’n zomerse dag lekkerder dan een verkoelend ijsje? Of toch dat geurige kopje espresso misschien? Of allebei tegelijk?

Ik koos voor het laatste. Een koffie sorbetijs. Heerlijk met een spiegeltje van advocaat en wat slagroom. Jammer alleen dat de consistentie te wensen over liet. Al mijn andere ijsjes zijn altijd prachtig homogeen, maar omdat ik het eiwit eruit gelaten heb (ik ben bang rauw ei te gebruiken) werd het heel fluffy en dus moeilijk schepbaar. Doet niets af aan de smaak overigens. Volgende keer wil ik het proberen met een scheut Tia Maria erin. Minder water dan erbij natuurlijk. En dan ook nog advocaat erbij? Jawel hoor, ik ben een ruige meid, een heuse durfal.

Ingrediënten: (circa 8 bolletjes)
105 gr suiker
17 gr dextrose
220 gr espressokoffie
220 gr water
12 gr eiwit

Bereidingswijze:
Weeg de ingrediënten nauwkeurig af en zet ze klaar.
Doe de suiker en de dextrose samen in een kom.
Schenk de vers gezette espresso op de suiker en de dextrose.
Roer goed door tot alle suikers zijn opgelost.
Schenk het water erbij.
Klop het eiwit los met een vork.
Schenk een klein beetje koffiemengsel bij het eiwit en meng het goed.
Schenk dit nu bij de rest van de koffie terwijl je goed met de garde roert.
Schep het mengsel in de ijsmachine en draai tot het goed is. Circa 20 minuten.

Bron: IJs – Carlina de Lorenzo

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...